We gebruiken cookies om content en advertenties te gebruiken, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. We delen ook informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse.

5 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Rating 5.00 (1 Vote)

Wang ChungWe schrijven 1977 als ene zekere Jeremy Ryder reageert op een advertentie van Nick Feldman die op zoek is naar muzikanten om een groep op te richten.

De 2 ontmoeten elkaar en besluiten samen te werken. Samen zouden ze (zo blijkt achteraf) het hart vormen van de groep dat zichzelf Wang Chung zal noemen.

Ze richten samen een bandje op maar in minder dan één jaar hielden ze het voor bekeken. Samen besluiten ze dan maar om Durren Costin (toekomstige drummer van Wang Chung), Leigh Gorman (bassist), Simon Campell (keyboards) en Glenn Gregory (zanger) te vergezellen om samen 57 men op te richten. Zo een 18 maanden zou het …eu...liedje duren. Gregory ging zingen bij Heaven 17 en Gorman ging zijn kunsten vertonen bij Bow Wow Wow. Jeremy, Nick en Costin bleven bij elkaar en vormen een nieuwe groep dat zichzelf Huang Chang doopte. De heren slaagde erin om platenlabel 101 te overtuigen om werk van hun uit te brengen. De single "Baby I'm Hu-man" verscheen op een compilatie cd in 1980. Een plaatsje op een compilatie cd is niet echt iets wat de heren in gedachten hadden dus tekenden ze een 2-single contract bij het onafhankelijke platenlabel Rewind Records. "Isn't It About Time We Were on TV” en opvolger "Stand Still" kwamen uit, maar geen van beide nummers zouden de hitlijsten bereiken maar zorgde er wel voor dat Huang Chung de aandacht trok van (alweer) een ander platenlabel, namelijk Arista Records. Arista stelt de heren een 2-album contract voor. Meer werk, dus zoeken ze versterking. Saxofonist Dave Burnand komt de gelederen versterken en Huang Chung wordt een quartet. Huang Chung brengt een aantal singles uit die jammerlijk falen. In 1982 volgt een eerste album dat hetzelfde lot als de singles beschoren was. Geen succes dus en Burnand verliet de groep onder het mom van “muzikale verschillen”. Huang Chung duikt terug de studio in om aan het 2de (contractuele) album voor Arista Records te werken, maar dat was buiten hun manager David Massey gerekend. Messey overtuigde Arista om het contract met de groep te verbreken om ze onder te brengen bij het Amerikaanse Geffen Records. Onder impuls van Geffen Records veranderde de heren hun naam naar Wang Chung. In 1983 bracht  Wang Chung de tijd voornamelijk door in de studio om eindelijk dat 2de album af te werken. Het album “Point On The Curve” kwam uit in 1984 en bevatte 2 succesvolle singles “Don’t Let Go” en jawel “Dance Hall Days”.


Na het commerciële succes van “Point On The Curve” wordt het eventjes stil rond Wang Chung. De heren houden zich bezig met filmmuziek voor “The Breakfast Club” en “To Live and Die in L.A.” wat uiteindelijk zou leiden tot een derde, niet zo succesvol album. In 1985 houdt drummer Costin het voor bekeken en wordt vervangen door Peter Wolf. 1986 zou het meest succesvolle jaar voor Wang Chung worden. Ze brengen het album “Mosaic” uit met daarop diverse hitsingles zoals onder andere “Everybody Have Fun Tonight” en “Let's Go!

In 1989 volgde het album “The Warmer Side of Cool” maar dat werd een commerciële teleurstelling. Jeremy en Feldman zien het niet meer zitten en verlaten Wang Chung wat uiteindelijk zou leiden tot het ‘effectieve’ einde van de groep in 1990.