We gebruiken cookies om content en advertenties te gebruiken, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. We delen ook informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse.

4.5 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Rating 4.50 (1 Vote)

Robert PalmerRobert Allen Palmer werd geboren te Batley (Yorkshire) op 19 januari 1949. De zanger/tekstschrijver zou in zijn carrière diverse top 10 hits scoren.

De vader van Robert Palmer was werkzaam bij de inlichtingendienst van het Engelse leger, gestationeerd op Malta. De blues, jazz en soul die Robert voortdurend op de militaire radio te horen kreeg, zou een blijvende invloed uitoefen op het latere werk van de zanger. Toen de familie in 1959 terugkeerde naar Engeland zou Robert voor het eerst een groepje (The Mandrakes) vergezellen. De doorbraak voor Robert Palmer zou ongeveer 10 jaar later volgen. Zanger Jess Roden verlaat de groep The Alen Brown Set en Robert Palmer werd uitgenodigd naar Londen om de single "Gypsy Girl" te zingen. Robert Palmer maakt indruk en raakt bekend in 'de business'. In 1970 vergezelt Palmer een 12-koppigge jazz-rock groep. Hij zou er ongeveer 3 jaar deel van uitmaken en er volgden een drietal, weinig succesvolle, albums. In 1974 zou zijn carrière een wending krijgen. Island Records biedt Robert Palmer een solo contract aan. Er volgen een aantal langspelers die weinig succesvol waren in het Verenigd Koninkrijk maar het eigenaardig genoeg wel aardig deden in de Verenigde Staten. Hij verhuist naar New York en blijft met de regelmaat van een klok albums uitbrengen. Grote successen waren daar evenmin bij. Robert verhuist naar de Bahama's, vlakbij Compass Point Studios dat eigendom was van Chris Blackwell, de oprichter van Island Records en mentor van Robert Palmer. In 1978 brengt hij "Double Fun" uit. Op deze langspeler staat zijn eerste top 20 hit "Every Kinda People".

In 1979 komt de opvolger "Bad Case of Loving You (Doctor, Doctor)" uit dat staat op het album "Secrets". Alweer scoort de single een top 20 notering. Het commerciële succes van Robert Palmer nam gestaag toe en zou pieken in 1980. Op langspeler "Clues " werk Robert samen met onder andere Chris Frantz en Gary Numan. De New Wave en synth pop invloeden zouden hun effect niet missen. "Johnny & Mary" en "Some Guys Have All the Luck" werden dikke hits.

In 1983 volgde dan het album "Pride". "Pride" was niet erg succesvol en dat zou, zoals u al kan raden, gevolgen hebben. In 1985 geeft Robert Palmer het beste van zichzelf op een concert Duran Duran. Hij smeedt er vriendschappen en gaat samenwerken met Tony Thomson die achterblijft nadat Andy & John Taloy Duran Duran uitgewuifd hadden. Samen vormen ze de groep Power Station. Power Station betekende een nieuwe kans voor Robert Palmer wiens solo carrière in het slop zat. Met Power Station scoorde Robert alweer enkele wereldhits. Zo zult u ongetwijfeld "Some Like It Hot" en "Get It On (Bang a Gong)" nog kennen.

Na wat optredens te hebben verzorgd, besluit Robert Palmer opnieuw de studio in te duiken om zijn solocarrière nieuw leven in te blazen. Hij vraagt Andy en John Taylor om mee te werken aan enkele nummers. In 1986 dan volgt wellicht de grootse hit voor Robert Palmer. "Additcted to Love" leverde hem een Grammy voor Best Male Rock Vocal Performance  op en de videoclip werd gek gedraaid op MTV.

We schrijven 1987 als Robert Palmer verhuisd naar Zwitserland (Lugano). Hij laat zich naturaliseren en richt zijn eigen opname studio op. Hij slaat alweer aan het experimenteren, brengt nieuwe albums uit en blijft grote en kleine hits scoren zoals onder andere "I'll Be Your Baby Tonight" uit 1990 dat hij samen maakte met UB40.

In 1995 herenigd hij zich opnieuw met de overblijvende leden van Power Station om eindelijk aan een tweede album te beginnen. Toen het album "Living in Fear" klaar was wou men beginnen met toeren, maar helaas overleed bandlid Bernard Edwards, de vervanger van John Taylor, aan een longontsteking.

Robert Palmer, die bekend stond als een zwaar roker, overleed op 26 september 2003 te Parijs aan een hartaanval. Hij was amper 54.